Begrijpend lezen
Wat moet je doen met opdrachten die gericht zijn op begrijpend lezen?
Als een kind bijna geen Nederlandse woorden kent zijn de opdrachten zoals “welke zin hoort er niet bij?’ of “zet deze zinnen in de goede volgorde”, niet te doen.
Je kunt dan 4 dingen doen.
1. Vooraf de opdracht uitleggen- dan vooral aan de woordenschat werken. Later kan het dan met een maatje aan de slag.
2. De opdracht overslaan.
3. Het antwoord gewoon voorzeggen- daar leert het kind ook van
4. De opdracht aanpassen en samen doen in een klein instructiegroepje. Een opdracht als “welke zin hoort er niet bij” naast een plaatje van een slapend jongetje verander je door er gesloten vragen bij te stellen waarop het kind alleen maar ja en nee hoeft te antwoorden. “Zit hij op school?”, “Ligt hij in bed?”, “zijn zijn ogen dicht?”. Zo werk je wel aan het doel maar dan op een andere wijze.
Eigenlijk moet je in het eerste jaar van een nieuwkomer alles doen om het technisch leren snel en goed te laten verlopen. Het begrijpend lezen komt later wel. Ga je daar te vroeg te hoge eisen stellen, dan krijgt een kind een hekel aan lezen en dat is precies wat je niet wilt.
Terug naar Veelgestelde vragen.



