Kleine woordenschat
Kan je in groep 1 en 2 al iets doen om kinderen met een kleine Nederlandse woordenschat voor te bereiden op het leren lezen in groep 3?
Er wordt al uitgebreid aan de leesvoorwaarden gewerkt in de kleutergroepen tegenwoordig.
Daarnaast is het handig de hoogfrequente woordjes uit de oefenboekjes die in groep 3 gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld kar, sik, zeef, als plaatjes aan te bieden in een spel, bijvoorbeeld memorie. Als dit memorie al in groep 2 vaak gespeeld wordt, kennen de kinderen de woorden reeds voor ze naar groep 3 gaan. Uiteraard moet dan wel het woord telkens gezegd worden als dit memorie wordt gespeeld. Als er een nieuwkomer in groep 3 instroomt zal de NT2-begeleider ook met zo’n memorie kunnen werken.
Het op “kleuterwijze” aanbieden van de eerste kern van de aanvankelijke leesmethode, maar dan eind groep 2, is heel effectief voor alle kinderen. Extra veilig is het voor kinderen met een lage woordenschat. Ze leren alvast de woorden die straks bij de opdrachten op de werkbladen in groep 3 worden gebruikt, maar dan speels in de kleine groep. Het zelfvertrouwen bij de entree in groep 3 wordt hierdoor enorm gestimuleerd. Het is van belang dat de kinderen al in groep 2 woorden als “Lees, schrijf, trek een lijn, zet een cirkel om, zet een streep onder…” leren. Wij raden aan een lijst te maken van deze begrippen en deze al in groep 2 aan te leren.
Als er een nieuwkomer in groep 3 instroomt zal de NT2-begeleider deze begrippen in de instructie betrekken.
Terug naar Veelgestelde vragen.



